De Statuten

Artikel 1 – Naam en zetel

  1. De vereniging draagt de naam; Studievereniging SOOS
  2. De vereniging is gevestigd in de gemeente Ede.

Artikel 2 – Doel

  1. De vereniging heeft als doel het bevorderen, respectievelijk het doen bevorderen van:
    a. de contacten tussen studenten onderling en tussen studenten en medewerkers van de opleiding Social Work aan de Christelijke Hogeschool Ede en voorts het organiseren van studiegerichte, dan wel ontspannende activiteiten;
    b. de kwaliteit van de opleiding zelve;
    c. het vinden respectievelijk aanbieden van carrièreposities en het vergroten van betrokkenheid van de studenten van de voorgenoemde opleiding in het werkveld, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
    a. het bevorderen en organiseren van, of medewerking verlenen aan activiteiten, waarbij de studie respectievelijk het vakgebied centraal staat;
    b. het organiseren van, of medewerking verlenen aan activiteiten, welke ten doel hebben een band te scheppen tussen studenten van eerder vermelde opleiding;
    c. zorg te dragen voor de vertegenwoordiging van studenten binnen vermelde opleiding, daar waar behartigen van student-belangen gewenst kan zijn;
    d. en voorts, door gebruik te maken van alle wettige middelen die aan het doel van de vereniging dienstbaar kunnen zijn.

Artikel 3 – Lidmaatschap

  1. Lid van de vereniging kunnen zijn: natuurlijke personen die het doel en de statuten van de vereniging onderschrijven en daadwerkelijk willen meewerken aan de verenigingsactiviteiten en de opleiding Social Work van de Christelijke Hogeschool Ede volgen. Het lidmaatschap is persoonlijk en niet voor overgang vatbaar.
  2. Leden zijn zij die zich als lid bij het bestuur hebben aangemeld en door het bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten. Bij niet-toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
  3. De algemene vergadering kan een lid, op grond van zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging, tot erelid benoemen.
  4. De secretaris van het bestuur houdt een ledenregister bij, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.
  5. Een lid kan door het bestuur voor een periode van ten hoogstens drie maanden worden geschorst als een lid in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Gedurende deze periode van schorsing kan het lid zijn lidmaatschapsrechten niet uitoefenen. Zijn lidmaatschapsverplichting blijven bestaan.
  6. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot schorsing in kennis is gesteld, kan dat lid tegen dat besluit in hoger beroep gaan bij de algemene vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht hiertoe de algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het beroepschrift. Gedurende beroepstermijn en hangende het beroep blijft het lid geschorst.

Artikel 4 – Einde lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap eindigt door:
    a. het overlijden van het lid;
    b. schriftelijke/digitale opzegging door het lid;
    c opzegging door de vereniging;
    d. één jaar na uitschrijving van de studie Social Work van de Christelijke Hogeschool Ede.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan alleen plaatsvinden tegen het einde van een boekjaar, op voorwaarde dat dit schriftelijk en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste een maand gebeurt. Opzegging kan met onmiddellijke ingang als redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. De contributie voor het lopende jaar blijft het lid verschuldigd. Te late opzegging heeft tot gevolg dat het lidmaatschap – met inbegrip van de daaraan verbonden verplichtingen – pas eindigt aan het eind van het volgende boekjaar, tenzij het bestuur op grond van bijzondere omstandigheden anders besluit.
    Een lid kan zich door opzegging niet onttrekken aan een besluit waardoor de financiële verplichting van de leden wordt verzwaard, behalve in het geval omschreven in de volgende alinea.
    Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, hem bekend is geworden of is medegedeeld; het besluit is dan niet op hem van toepassing,
    Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing is meegedeeld. In dat geval blijft hij de oorspronkelijk voor dat jaar vastgestelde contributie verschuldigd.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging vindt plaats door het bestuur, door middel van een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van de reden(en) van opzegging.
    Opzegging is mogelijk:
    - als een lid niet meer voldoet aan de statutaire vereisten voor het lidmaatschap; of
    - als een lid – ondanks schriftelijke aanmaning – zijn verplichtingen ten opzichte van de vereniging niet nakomt; of
    - wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    Bij het opzeggingsbesluit wordt ook de datum van beëindiging van het lidmaatschap vastgesteld. De contributie voor het lopende jaar blijft verschuldigd.
  4. Ontzetting uit het lidmaatschap vindt plaats door het bestuur, door middel van een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van de reden(en) en de ontzetting. Ontzetting is alleen mogelijk als een lid in strijd handelt of heeft gehandeld met de statuten, regelementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt of heeft benadeeld. De ontzetting gaat onmiddellijk in. De contributie voor het lopende jaar blijft verschuldigd.
  5. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot opzegging of ontzetting in kennis is gesteld, kan dat het lid tegen dat besluit in beroep gaan bij de algemene vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht hiertoe de algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het beroepschrift. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid waarvan het lidmaatschap is opgezegd, geschorst.
  6. Aan de eis van schriftelijkheid van een opzegging of een bericht van ontzetting wordt niet voldaan als de opzegging of het bericht van ontzetting uitsluitend elektronisch is gecommuniceerd.

Artikel 5 – Aspirant-leden

  1. De algemene vergadering kan besluiten tot het instellen van het aspirant lidmaatschap. Aspirant-leden zijn geen lid, hebben geen stemrecht, maar kunnen wel deelnemen aan activiteiten van de vereniging. Er kunnen verschillende categorieën aspirant-leden zijn. Aspirant-leden hebben alleen toegang tot de algemene vergadering als die vergadering dat besluit. Zij hebben daar geen stemrecht.
  2. De in deze statuten voor leden getroffen regelingen over toelating, opzegging en ontzetting met de gevolgen daarvan, zijn zoveel mogelijk ook van toepassing op de aspirant-leden.
  3. De aan het aspirant-lidmaatschap verbonden financiële bijdrage per boekjaar, wordt door de algemene vergadering vastgesteld. De bijdrage kan per categorie verschillen, afhankelijk van de activiteiten die voor het aspirant-lid openstaan.
  4. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, geboortedata, en adressen van de aspirant-leden zijn vermeld.

Artikel 6 – Donateurs

  1. Donateurs zijn zij, die door het bestuur als zodanig zijn toegelaten. Er kunnen verschillende categorieën donateurs zijn. Donateurs zijn gebonden aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging. Zijn hebben alleen toegang tot de algemene vergadering als die vergadering dat besluit. Zij hebben daar geen stemrecht.
  2. De in deze statuten voor leden getroffen regeling over toelating en opzegging met de gevolgen daarvan, zijn zoveel mogelijk ook van toepassing op donateurs.
  3. De algemene vergadering stelt het minimumbedrag vast dat, hetzij per boekjaar, hetzij eenmalig, door een donateur aan de vereniging is verschuldigd.
  4. De secretaris houdt een register bij waarin de namen en adressen van de donateurs zijn vermeld.

Artikel 7 – Contributie van de leden

  1. De leden betalen een jaarlijkse contributie, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de algemene vergadering. De leden kunnen daarbij in categorieën worden ingedeeld die een verschillende contributie betalen.
  2. Het bestuur is bevoegd om, wegens bijzondere omstandigheden, een lid geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van het betalen van contributie in enig jaar.
  3. De algemene vergadering kan besluiten dat de jaarlijkse contributie in gedeelten kan worden betaald en kan daaraan voorwaarden verbinden.

Artikel 8 – Bestuur: samenstelling en benoeming

  1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur dat bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. De algemene vergadering stelt het aantal bestuursleden vast.
    Het bestuur heeft een voorzitter (praeses), secretaris (ab actis) en penningmeester (questor).
    Het bestuur voorziet zelf in de verdeling van de functies, tenzij de algemene vergadering zich het recht voorbehoudt de voorzitter te benomen.
    De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden verenigd.
    Voor ieder van hen kan het bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen, die bij ontstentenis of belet de functie vervult van degene voor wie hij als plaatsvervanger is aangewezen.
    Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
    Het bestuur draagt er zorg voor dat de algemene vergadering zo spoedig mogelijk in de vacatures kan voorzien.
  2. De algemene vergadering benoemt de bestuursleden. Deze benoeming vindt plaats bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen. Deze benoeming vindt plaats uit de leden van de vereniging.
  3. De benoeming van bestuursleden vindt plaats uit een voordracht. Het bestuur is bevoegd een voordracht op te maken.
    De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de algemene vergadering meegedeeld.
    De voordracht is bindend. Aan de voordracht kan evenwel het bindend karakter worden ontnomen door een besluit van de algemene vergadering, met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen genomen.
    In die vergadering moet ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
    Als de algemene vergadering het bindend karakter aan de voordracht heeft ontnomen, is zij vrij in de benoeming.
    De algemene vergadering is ook vrij in de benoeming als de voordracht niet uiterlijk bij de oproeping voor de algemene vergadering door het bestuur is meegedeeld.
  4. De wissel van een nieuwe bestuurder vindt plaats op de laatste algemene ledenvergadering van het verenigingsjaar.
  5. a. Bestuurders worden benoemd voor een periode van ten hoogste één jaar.
    Bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar.
    b. De in een tussentijds vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

Artikel 9 – Bestuur: einde functie, schorsing

  1. Een bestuurslidmaatschap eindigt:
    - door aftreden van een bestuurslid;
    - door overlijden van een bestuurslid;- door ondercuratelestelling van een bestuurslid of onder bewindstelling van zijn gehele vermogen;
    - wanneer het bestuurslid niet langer lid is van de vereniging;
    - door ontslag van het bestuurslid op grond van een besluit van algemene vergadering bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is;
    - wanneer het bestuurslid in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt;
    Een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde.
  2. Een bestuurslid kan te alle tijde door de algemene vergadering worden geschorst. Deze schorsing vindt plaats bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
    De schorsing beloopt ten hoogste drie maanden en kan door de algemene vergadering eenmaal met die termijn worden verlengd. Volgt gedurende de schorsing geen ontslag, dan is de schorsing na het verloop van de termijn geëindigd. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de betreffende algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door een raadsman laten bijstaan.

Artikel 10 – Bestuur: bijeenroeping, vergadering, besluitvorming

  1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
  2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering en van de te behandelen onderwerpen (agenda).
    De bestuurder die voor dit doel een adres aan de vereniging bekend heeft gemaakt, kan tot de vergadering van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres gezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.
  3. De vergadering van het bestuur wordt gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
  4. Als wordt gehandeld in strijd met een van de bepalingen van de twee vorige leden kan het bestuur toch rechtsgeldige besluiten nemen, als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  5. Een bestuurder kan aan een ander bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.
    Een bestuurder kan alleen één medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen.
  6. In de vergadering van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Artikel 11 – Bestuur: leiding van de vergadering, notulen, besluitvorming buiten vergadering

  1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden.
  3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend.
    Hetzelfde geld voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  4. Van het verhandelde in de vergadering van het bestuur worden notulen gehouden door de secretaris of door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon.
    De notulen worden – nadat zij zijn vastgesteld – door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.
  5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen als alle bestuurder zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard.
    Onder een schriftelijke verklaring wordt ook begrepen een langs elektronische weg gezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurder bekend heeft gemaakt.
  6. Het bestuur wordt geadviseerd door een Raad van Advies.
    De Raad van Advies bestaat uit oud-bestuursleden en maximaal één ander ouderejaars lid dan wel oud-lid.
    De Raad van Advies heeft tot taak het bestuur te adviseren, met neme met betrekking tot beleidsmatige onderwerpen. De Raad van Advies kent haar eigen leden. Als de Raad van Advies geen leden kent, worden nieuwe leden door het bestuur aangewezen.

Artikel 12 – Bestuur: taken en bevoegdheden

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Iedere bestuurder is tegenover de vereniging verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te alle tijden de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
    Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.
    Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bewaring van registergoederen, ook niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
    Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen.
    Het bestuur heeft de goedkeuring van de algemene vergadering nodig voor besluiten tot:
    a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen of geven van registergoederen;
    b. het aangaan van geldleningen of kredietovereenkomsten;
    c. het uitlenen van gelden;
    d. het aangaan van een vaststellingsovereenkomst voor de beëindiging van een geschil;
    e. het optreden in recht, met inbegrip van arbitrale procedures, waaronder niet begrepen het nemen van conservatoire maatregelen en andere rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
    f. het doen van investeringen en aangaan van andere rechtshandelingen die uitgaan boven het bedrag dat de algemene vergadering kan vaststellen;
    g. het aangaan, wijzigen of beëindigen van arbeidsovereenkomsten.
    De algemene vergadering kan bij een daartoe strekkend besluit duidelijk te omschrijven andere dan hiervoor omschreven besluiten van het bestuur aan haar goedkeuring onderwerpen. Een dergelijk besluit van de algemene vergadering wordt onmiddellijk aan het bestuur medegedeeld.
    Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door derden geen beroep worden gedaan.

Artikel 13 – Vertegenwoordiging

  1. Tot vertegenwoordiging van de vereniging zijn bevoegd;
    - het gehele bestuur samen;
    - twee gezamenlijk handelende bestuurders.
    Een individuele bestuurder kan de vereniging niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat.
  2. De in het vorig lid van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de vereniging bestaat ook als tussen de vereniging en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat.
  3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel door lopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
  4. In alle gevallen waarin de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders kan de algemene vergadering een of meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.

Artikel 14 – Verslaggeving en verantwoording

 

  1. Het boekjaar van de vereniging loopt van één juli tot en met dertig juni.
  2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, verlening van deze termijn door de algemene vergadering uitgezonderd, een bestuursverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Hij legt de balans en staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders. Ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
    Als de vereniging een of meer ondernemingen in stand houdt, die op grond van de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, wordt op de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze onderneming vermeld.
  3. Het bestuur legt de jaarstukken ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. Wordt over de getrouwheid van deze stukken geen verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek overlegd, dan worden daaraan voorafgaand de jaarstukken gecontroleerd door een door de algemene vergadering te benomen controle commissie van ten minste twee leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Een lid van de controlecommissie kan ten hoogste twee achtereenvolgende jaren zitting hebben in de controle commissie.
    Het bestuur is verplicht om de controlecommissie inzage te geven in de gehele boekhouding en de daarop betrekking hebbende bescheiden en om alle door haar gewenste inlichtingen te verstrekken. Als de commissie dat voor een juiste vervulling van haar taak noodzakelijk acht, kan zij zich laten bijstaan door een externe deskundig.
    De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan de algemene vergadering, vergezeld van een advies tot al of niet goedkeuring van de jaarstukken.
    Nadat de jaarstukken zijn goedgekeurd door de algemene vergadering wordt het voorstel gedaan om kwijting te verlenen aan het bestuur voor de door hem daarmee afgelegde rekening en verantwoording.
  4. In een vergadering te houden vóór de afloop van het boekjaar stelt het bestuur een begroting van de baten en lasten van het volgende boekjaar vast.

Artikel 15 – De algemene vergadering: bevoegdheid en jaarvergadering

 

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
    a. het verslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;
    b. het voorstel tot het al of niet goedkeuren van de jaarstukken over het afgelopen boekjaar;
    c. het voorstel tot verlenen van kwijting aan het bestuur;
    d. de benoeming van de leden van de controlecommissie voor het nieuwe boekjaar;
    e. de benoeming van bestuursleden als er in het bestuur vacatures bestaan; en
    f. voorstellen van het bestuur of de leden, zoals aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
  3. Uiterlijk één maand voor het verstrijken van het boekjaar, legt het bestuur aan de algemene vergadering de begroting voor het komende boekjaar ter goedkeuring voor.

 

Artikel 16 – De algemene vergadering: oproeping

  1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur.
    Een aantal leden, samen bevoegd tot het uitbrengen van ten minste een tiende deel van de stemmen, kan het bestuur schriftelijk verzoeken een algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier werken na dat verzoek. Als het bestuur niet binnen veertien dagen na ontvangst van dat verzoek de uitnodiging tot de vergadering heeft laten uitgaan, kunnen de verzoekers zelf de vergadering bijeenroepen.
    Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in de vorige alinea wordt ook voldaan als het verzoek elektronisch is vastgelegd.
  2. De oproeping tot de algemene vergadering vindt plaats door middel van:
    - een publicatie in het verenigingsorgaan; of
    - een schriftelijk bericht aan de adressen van de leden volgens het ledenregister.
    De bijeenroeping kan, als een lid hiermee instemt, ook plaatsvinden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door het lid voor dit doel is bekend gemaakt.
  3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend.
  4. Naast de plaats, datum en tijd van de vergadering, moet de oproeping een agenda bevatten waaruit blijkt welke onderwerpen aan de orde worden gesteld.

 

Artikel 17 – De algemene vergadering: toegang en stemrecht

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle niet-geschorste leden van het bestuur en van de vereniging. De vergadering kan besluiten ook andere personen tot (een deel van) de vergadering toe te laten. Geschorste leden en leden van wie het lidmaatschap is opgezegd of die uit het lidmaatschap zijn ontzet, hebben toegang tot dat deel van de vergadering waar het beroep tegen schorsing, opzegging of ontzetting aan de orde is.
  2. Ieder gewoon lid en ieder erelid heeft één stem. Een geschorst lid heeft geen stemrecht. Een stemgerechtigd lid kan een ander stemgerechtigd lid volmacht geven namens hen te stemmen. Deze volmacht moet schriftelijk worden gegeven en vóór de stemming aan het bestuur worden overgelegd. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan als de volmacht elektronisch is vastgelegd.

Artikel 18 – De algemene vergadering: besluitvorming

  1. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, wordt een besluit genomen met volstrekte meerderheid van stemmen van de in de vergadering aanwezige en vertegenwoordigde leden, ongeacht hun aantal.
    Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee voor de besluitvorming maar tellen wel mee voor het bepalen van een in deze staturen voorgeschreven quorum.
  2. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Als bij stemming over de verkiezing van een persoon bij eerste stemming geen meerderheid wordt verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben. Als ook dan geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd.
    Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot.
  4. Als de stemmen staken over een voorstel dan niet over de verkiezing van personen gaat, is het voorstel verworpen.
  5. Alle stemmingen vinden mondeling plaats, tenzij de voorzitter of ten minste drie leden vóór de stemming laat of laten weten een schriftelijke stemming te verlangen. Schriftelijke stemming vindt plaats bij ongetekende, gesloten stembriefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij een lid hoofdelijke stemming verlangt.
    Een stemgerechtigd lid kan zijn stemrecht ook uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel, op voorwaarde dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen op de vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
    Het bestuur kan voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Deze voorwaarden worden bij de oproeping bekend gemaakt.
  6. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering, als dit met voorkennis van het bestuur is genomen.
  7. Als in een vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen – mits met algemene stemmen – geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, ook al is het onderwerp niet of niet op de voorgeschreven wijze bij de oproeping aangekondigd of heeft de oproeping niet op rechtsgeldige wijze plaatsgevonden.

Artikel 19 – De algemene vergadering: leiding en notulen

  1. Een algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging. Ontbreekt de voorzitter, dan wijst het bestuur een ander bestuurslid aan als voorzitter van de vergadering. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter van de vergadering daartoe aangewezen persoon notulen gehouden, die door de voorzitter en de notulist door ondertekening worden vastgesteld.

Artikel 20 – Statutenwijziging

 

  1. De statuten van de vereniging kunnen worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering. Wanneer aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden gedaan, moet dat steeds bij de oproeping tot de algemene vergadering worden vermeld.
  2. Degene die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen. Dit afschrift moet ter inzage liggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen. IN die vergadering moet ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
    Is het vereiste aantal leden niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan een nieuwe algemene vergadering worden bijeengeroepen waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid van ten minste twee / derde van de uitgebrachte stemmen, onafhankelijk van het aantal op deze vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij oproeping voor de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen, onafhankelijk van het aantal op de vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden.
    De hiervoor bedoelde tweede vergadering wordt niet eerder dan vier weken en niet later dan zes weken na de eerste vergadering gehouden.
  4. Een statutenwijziging wordt van kracht onmiddellijk nadat deze in een notariële akte is vastgelegd. Iedere bestuurder is bevoegd om een statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. Een authentieke afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het handelsregister.

Artikel 21 – Fusie, splitsing, omzetting

Op een besluit van de algemene vergadering tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van de algemene vergadering tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm overeenkomstige artikel 2:18 Burgerlijke Wetboek, is het bepaalde in het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.

Artikel 22 – Ontbinding

 

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het is deze statuten bepaalde over een besluit tot statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding.
    Bij het besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo vastgesteld.
    Als de vereniging op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.
    De boeken en stukken van de ontbonden vereniging blijven gedurende zeven jaar nadat de vereniging heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister.
  2. De vereniging wordt bovendien ontbonden door:
    - insolventie nadat de vereniging in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
    - een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.

Artikel 23 – Vereffening

  1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de vereniging, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen ander vereffenaars(s) is (zijn) aangewezen.
  2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de vereniging zich in liquidatie.
    De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is.
    Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.
    In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de vereniging worden toegevoegd.
  3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming die zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de vereniging.
    Deze bestemming wordt vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s).
    De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.
    De vereniging houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.

Artikel 24 – Reglementen

  1. De algemene vergadering kan een of meer reglementen vaststellen.
  2. Een reglement kan nadere regels geven over onder meer het lidmaatschap, de introductie van nieuwe leden, de contributie, de werkzaamheden van het bestuur, werkgroepen of commissies, de vergaderingen.
    Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet of met de statuten en mag geen bepaling bevatten die bij staturen behoren te worden geregeld.