4. Methodisch handelen binnen het uitstroomprofiel profiel

Geestelijke Gezondheidszorg

Deze module beschrijft jouw vermogen om cliënten met psychiatrische en verslavingsproblematiek te ondersteunen bij hun herstel en participatie.

Je hebt kennis van psychiatrische en verslavingsproblematiek en de bijbehorende behandeling en begeleiding. Je bent in staat cliënten in en met hun netwerk te begeleiden en te ondersteunen bij hun sociale functioneren. Dat wil zeggen: bij hun eigen activiteiten en bij hun participatie in hun netwerken en in de samenleving. Daarbij werk je vanuit jouw kennis van de wettelijke en financiële kaders.

 

4.1. Cliënten begeleiden

Je begeleidt cliënten met psychiatrische en/of verslavingsproblematiek in hun context. Je begeleidt ze bij hun persoonlijke herstelproces en het deelnemen aan de samenleving, vanuit een herstelgerichte en systeemgerichte visie. Je maakt gebruik van specifieke methoden.

 

4.2. Leefklimaat creeëren

Je creëert een leefklimaat waarin cliënten kunnen leren en werken aan hun herstel en terugkeer in de samenleving. Dat kun je binnen een intramurale setting of in een groepsgerichte behandeling van cliënten met psychiatrische en/of verslavingsproblematiek. Het betreft zowel vrijwillige als gdwongen behandeling. Je maakt gebruik van passende interventies en methoden.

 

4.3. Kennis van problematiek en een supervisietraject

Je toont aan over kennis te beschikken van de kenmerken van ggz-problematiek, de behandeling en begeleiding daarvan, specifieke benaderingswijzen of methodieken Daarnaast volg je een supervisietraject

Gehandicaptenzorg

Deze module beschrijft jouw vermogen om voor cliënten met een (verstandelijke of lichamelijke) beperking een veilig leefklimaat te creëren, dat bijdraagt aan de ontwikkeling en doelen van de cliënt.

Je hebt kennis van verschillende problematieken en de bijbehorende behandeling en begeleiding. Je bent in staat cliënten in en met hun netwerk te begeleiden en te ondersteunen bij hun sociale functioneren. Dat wil zeggen: bij hun eigen activiteiten en bij hun participatie in hun netwerken en in de samenleving. Daarbij werk je vanuit jouw kennis van de wettelijke en financiële kaders.

 

4.1. Cliënten begeleiden

Je begeleidt cliënten met een (verstandelijke of lichamelijke) beperking. Je richt je daarbij op hun ontwikkeling en deelname aan de samenleving. Dat doe je vanuit visie. Je gebruikt passende interventies en specifieke methoden, gericht op ontwikkeling en participatie.

 

4.2. Leefklimaat creeëren

Je creëert binnen een intramurale setting een leefklimaat waarin cliënten kunnen (samen)leven en zich ontwikkelen. Je gebruikt passende interventies en methoden.

 

4.3. Kennis van problematiek en een supervisietraject

Je toont aan over kennis te beschikken van de kenmerken van gehandicaptenzorg-problematiek, de behandeling en begeleiding daarvan, specifieke benaderingswijzen of methodieken en wettelijke kaders en financiering. Daarnaast volg je een supervisietraject

Jeugdzorg en Pedagogiek

De module beschrijft jouw vermogen om kinderen en hun opvoeders te begeleiden.

Je hebt kennis van de jeugdzorg. Je bent in staat om kinderen en hun opvoeders in en met hun netwerk te ondersteunen bij hun sociale functioneren. Wanneer nodig kan je (tijdelijk) de regie overnemen. Samenwerken met kinderen, hun opvoeders en met andere professionals behoort tot één van je kerntaken. Dit alles doe je vanuit kennis van methodieken, ontwikkelingspedagogiek en wettelijke kaders.

 

4.1. Regievoeren

De jeugd- en gezinsprofessional ondersteunt de jeugdige en/of zijn gezin op bij het voeren van de regie en neemt deze (deels en tijdelijk) over wanneer de veiligheid van de jeugdige in het geding is.

 

4.2. Samenwerken

De jeugd- en gezinsprofessional bouwt een werkbare relatie op met de jeugdige, zijn gezin/netwerk en collega-professionals en onderhoudt deze waarbij hij het belang van de jeugdige en het gezin voorop stelt.

 

4.3. Kennis van problematiek en een supervisietraject

Je toont aan over kennis te beschikken van de thema’s gezin centraal, veiligheid en recht en ontwikkelingspedagogiek. Daarnaast volg je een supervisie traject.

Welzijn en Samenleving

Deze module beschrijft jouw vermogen om met en voor burgers een klimaat te creëren, dat gericht is op de ontwikkeling en doelen van de cliënt/burger en/of wijk.

Je hebt kennis van verschillende problematieken en bijbehorende aanpak. Je bent in staat cliënten of burgers in en met hun netwerk te begeleiden en te ondersteunen bij hun sociale functioneren. Zowel bij hun eigen kwesties, problemen en vraagstukken als bij de participatie in hun netwerken en in de samenleving.

 

4.1. Cliënten versterken

Je maakt de vraag en/of behoefte van de cliënt of burger helder. Je versterkt de eigen kracht en regie van de cliënt en zijn omgeving. Je bent zichtbaar en gaat op mensen af. Je stimuleert verantwoordelijk en oplossingsgericht gedrag. Je signaleert tekorten en behoeften en speelt daar waar mogelijk preventief en actief op in.

 

4.2. Leefklimaat creëren

Je bent in staat voor cliënten met specifieke kenmerken een groeps/wijkgerichte benadering te ontwikkelen. Die draagt bij aan de ontwikkeling en doelen van de cliënt/groepen/burgers. Je gebruikt passende interventies.

 

4.3. Kennis van de problematiek en een supervisie traject.

Je beheerst de specifieke basiskennis, hebt inzicht en kan je mening vormen met betrekking tot de kenmerken van Welzijn en Samenleving. Hierbij maak je gebruik van inzichten uit Motiverende gespreksvoering, Superdiversiteit en Ontwikkeling en stand van zaken van wijkgericht werken, wijk en beleid. Daarnaast volg je een supervisietraject.

 

Uitleg, voorwaarden en werkwijzen vind je in de Toetsmatrijs en bijbehorende instructiedocumenten.