Artikel 13 – Vertegenwoordiging

  1. Tot vertegenwoordiging van de vereniging zijn bevoegd;
    - het gehele bestuur samen;
    - twee gezamenlijk handelende bestuurders.
    Een individuele bestuurder kan de vereniging niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat.
  2. De in het vorig lid van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de vereniging bestaat ook als tussen de vereniging en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat.
  3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel door lopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
  4. In alle gevallen waarin de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders kan de algemene vergadering een of meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.